Lassers, monteurs en CNC-operators: de grensstreek zoekt vakmensen

Aan beide kanten van de Maas staan machines te wachten op mensen die ze kunnen bedienen. Wie handig is met metaal en techniek, heeft in de twee Limburgen een sterke kaart in handen.

Wie tussen Genk, Maasmechelen en Lommel of tussen Venlo, Roermond en Sittard rondrijdt, ziet ze overal: industrieterreinen met metaalbedrijven, machinebouwers, toeleveranciers voor de auto- en de voedingsindustrie. Die bedrijven draaien op vakmensen. En net die vakmensen zijn al jaren moeilijk te vinden, aan beide kanten van de grens.

De oorzaken liggen in Vlaanderen en Nederland grotendeels gelijk. Een grote groep ervaren lassers en monteurs gaat met pensioen, terwijl minder jongeren voor een technische richting kiezen. Tegelijk automatiseren bedrijven, waardoor er meer mensen nodig zijn die een machine kunnen instellen, programmeren en onderhouden. Het werk verdwijnt dus niet, het verandert van gedaante.

Welke beroepen het meest gevraagd zijn

Op de lijsten met knelpuntberoepen van de VDAB en in de Nederlandse vacaturebanken komen dezelfde namen telkens terug. Het gaat om functies waarin praktische handigheid en technisch inzicht samenkomen.

  • Lassers, met name voor MIG/MAG en TIG, en wie kan werken volgens tekening en lasmethodebeschrijving
  • CNC-operators en -programmeurs voor draai- en freesbanken
  • Mechanisch en elektrisch onderhoudsmonteurs in productiebedrijven
  • Servicemonteurs die bij klanten installaties herstellen en afstellen
  • Plaatbewerkers en constructiebankwerkers

Een lasser met een geldig lascertificaat of lasbrevet kan doorgaans kiezen waar hij of zij aan de slag gaat. Bij CNC-werk telt vooral of iemand een tekening kan lezen, de meetinstrumenten beheerst en weet wat er in een programma gebeurt. Bedrijven vragen steeds vaker naar ervaring met besturingen als Fanuc, Siemens of Heidenhain, maar wie er één kent, leert een andere vrij snel.

Een arbeidsmarkt die de grens negeert

Voor veel werkgevers in de regio is de Maas geen grens meer. Een machinebouwer in Weert of Venlo rekent voor een deel op mensen uit Neerpelt, Bree of Maaseik, en omgekeerd vinden Nederlandse technici werk in Belgisch Limburg. De afstanden zijn kort, de taal is dezelfde en het vakwerk ook. Uitzend- en detacheringsbureaus die zich volledig op techniek toeleggen, zoals 100% Vakwerk in de regio Venlo, brengen dagelijks vakmensen en bedrijven aan weerszijden samen.

Kleine verschillen zijn er wel. In Nederland heet een monteur soms anders dan in Vlaanderen, en ook de opbouw van diploma's verschilt. Wie solliciteert, doet er goed aan certificaten en ervaring concreet te omschrijven: welke lasprocessen, welke materialen, welke machines. Een werkgever over de grens herkent dan meteen wat iemand kan, ook als de naam van het diploma onbekend klinkt.

Het werk verdwijnt niet, het verandert van gedaante: minder zwoegen, meer instellen en meedenken.

Leren op de werkvloer

Omdat er te weinig afgestudeerden zijn, leiden steeds meer bedrijven zelf op. In Vlaanderen gebeurt dat onder meer via duaal leren, waarbij een leerling een deel van de week op school zit en de rest in een bedrijf werkt. Voor volwassenen bestaat de individuele beroepsopleiding van de VDAB, waarbij een werkzoekende in het bedrijf zelf wordt opgeleid tot een concrete functie. In Nederland is de beroepsbegeleidende leerweg, kortweg BBL, de bekende route: werken en tegelijk een mbo-diploma halen.

Ook buiten die formele trajecten is opleiden op de werkvloer de norm geworden. Een nieuwe operator draait eerst mee met een ervaren collega, leert de machine kennen op eenvoudige series en krijgt dan stap voor stap meer verantwoordelijkheid. Lassers volgen vaak een opleiding bij een lasschool om een certificaat te halen of uit te breiden, terwijl het bedrijf het werk afstemt op wat ze al kunnen.

Een plek vinden die past

Voor wie twijfelt of de technische sector iets is, loont een stage of een korte proefperiode. Veel bedrijven laten geïnteresseerden een dag meedraaien. Zo wordt snel duidelijk of het ritme van een productiehal, het werken in ploegen of het rijden naar klanten bij iemand past.

Wie al ervaring heeft, kijkt best verder dan het loon alleen. Opleidingskansen, de staat van het machinepark, werkuren en de reistijd bepalen samen of een job op lange termijn bevalt. In een regio waar vakmensen zo gezocht zijn, mag een kandidaat daar gerust naar vragen.

Meer in werk en geld