Ruimte winnen in een smalle rijwoning of stadswoning
Een Vlaamse rijwoning is vaak smal en diep, met donkere middenkamers en een trap die veel plaats inneemt. Met slimme keuzes rond de trap, de tuinkamer, het licht en het opbergen voelt zo'n huis een stuk ruimer aan.
De klassieke Vlaamse rijwoning is een huis van uitersten. Aan de straatkant en aan de tuinkant komt licht binnen, in het midden is het vaak schemerig. De breedte is beperkt, dikwijls niet meer dan vijf of zes meter, de diepte des te groter. Wie in zo'n huis woont, kent de lange gang, de trap die een flink stuk van de living opslokt en de achterbouw met een keukentje dat ooit als bijkeuken bedoeld was.
Toch zijn het geliefde huizen, met karakter en vaak met een mooie gevel. Het komt erop aan de beperkte breedte slim te gebruiken. Dat kan met kleine ingrepen, maar soms loont het om grondiger na te denken over trap, achterbouw en lichtinval.
De trap als ruimtewinst in plaats van verlies
In veel oudere rijhuizen zit de trap ingesloten achter een muur of deur. Een open trap met dunne treden en een slanke leuning laat het licht van voor naar achter doorvallen en maakt de benedenverdieping meteen ruimer. Waar een volledige vervanging te ver gaat, kan het al helpen om een volle trapkast te vervangen door een open of half open constructie.
De ruimte onder de trap wordt vaak onderschat. Op maat gemaakte lades, een ingebouwde kast voor jassen en schoenen, een kleine werkplek of een plaats voor de stofzuiger en de strijkplank: elke vorm van opbergen die daar past, hoeft elders niet meer. In sommige huizen krijgt de wasmachine er zelfs een plek, al vraagt dat de nodige aandacht voor afvoer en ventilatie.
Licht naar het midden brengen
Het grootste probleem van een smalle, diepe woning is de donkere middenzone. Een paar ingrepen maken een groot verschil:
- Glazen binnendeuren of een glazen wand tussen voor- en achterkamer in plaats van volle deuren.
- Een lichtkoepel of lichtstraat in het dak van de achterbouw, zodat daglicht van bovenaf binnenvalt.
- Lichte, matte kleuren op muren en plafond, en eenzelfde vloer die van voor naar achter doorloopt.
- Een grote spiegel tegenover een raam, die het licht dieper in de kamer kaatst.
- Gordijnen die volledig naast het raam kunnen schuiven, zodat het glas vrij blijft.
Vooral de doorlopende vloer wordt vaak onderschat. Waar elke kamer zijn eigen tegels of parket heeft, valt het huis op in kleine vakjes. Eén materiaal over de hele benedenverdieping trekt het oog door naar achter en laat de woning langer en ruimer lijken.
In een smal huis telt niet de breedte, maar hoe ver het oog kan kijken.
De tuinkamer en de koer
Veel rijwoningen hebben een oude achterbouw of veranda die nooit echt deel van het huis werd. Een tuinkamer met grote glaspartijen, liefst over de volle breedte, maakt van de koer of de stadstuin een verlengstuk van de living. Schuiframen die volledig opzij gaan, maken de overgang tussen binnen en buiten in de zomer bijna onzichtbaar, zeker wanneer de vloer binnen en buiten op hetzelfde niveau ligt.
Voor een uitbreiding of een grondige verbouwing van de achtergevel is in Vlaanderen meestal een omgevingsvergunning nodig, en de regels verschillen per gemeente. Het loont om dat vroeg na te vragen bij de dienst omgeving van de gemeente, nog voor een architect plannen tekent. Wie niet wil verbouwen, kan de koer zelf ruimer laten ogen met lichte bestrating, klimplanten tegen de muren in plaats van brede borders en een paar grote potten in plaats van veel kleine.
Opbergen in de hoogte
Waar de breedte ontbreekt, biedt de hoogte uitkomst. Kasten tot aan het plafond, open rekken boven deuren en een smalle wandkast in de gang benutten ruimte die anders leeg blijft. In de keuken werken hoge kasten tot tegen het plafond beter dan een rij losse bovenkastjes met ruimte erboven waar stof op blijft liggen.