Wandelen in de Kempen: heide, vennen en dennenbossen

Paarse heide in de nazomer, stille vennen in de winter, zandpaden die door dennenbossen kronkelen. De Kempen zijn het meest uitgestrekte wandelgebied van Vlaanderen, en dat is meteen te merken.

De Kempen strekken zich uit over het noorden van de provincie Antwerpen en een groot deel van Limburg. Het landschap is gevormd door zand: arme gronden waar eeuwenlang schapen graasden, waardoor heide ontstond in plaats van bos. Later kwamen er dennenbossen voor de mijnbouw, en in de laagtes vulden vennen zich met regenwater. Die mengeling maakt het gebied afwisselend, zelfs op een korte wandeling.

Wie in de Kempen wandelt, merkt vooral de ruimte. Er zijn plekken waar het zicht kilometers ver reikt over heide, zonder een huis of een weg in beeld. Dat is in het dichtbebouwde Vlaanderen eerder uitzondering dan regel.

Nationaal Park Hoge Kempen

Het Nationaal Park Hoge Kempen in Limburg werd in 2006 het eerste nationaal park van België. Het ligt grofweg tussen Genk, Maasmechelen, Lanaken, As en Zutendaal en omvat heide, dennenbossen, vennen en de sporen van de vroegere steenkoolmijnen. Op enkele plaatsen liggen voormalige zandgroeven die nu als meren in het landschap liggen, met steile zandwanden eromheen.

Het park heeft verschillende toegangspoorten, onder meer bij de Kattevennen in Genk, de Mechelse Heide in Maasmechelen en Pietersheim in Lanaken. Van daaruit vertrekken bewegwijzerde lussen van verschillende lengte, en het wandelnetwerk met genummerde knooppunten loopt door het hele gebied. De Mechelse Heide is een van de bekendste stukken: een open heidevlakte met glooiende heuvels, waar in de nazomer de struikheide bloeit.

De Kalmthoutse Heide

In het noorden van de provincie Antwerpen, tegen de Nederlandse grens, ligt de Kalmthoutse Heide. Het gebied maakt deel uit van een grensoverschrijdend park dat doorloopt tot in Nederland. Naast heide en vennen zijn er landduinen: zandheuvels die ooit door de wind werden opgestoven en waar het zand op sommige plekken nog helemaal open ligt. Op een zonnige dag doet dat bijna aan een strand denken, alleen zonder zee.

De vennen op de Kalmthoutse Heide, zoals het Stappersven, zijn in elk seizoen mooi. In de winter liggen ze stil en spiegelend, in de lente en zomer trekken ze vogels aan. Vanaf uitkijkpunten en vlonderpaden kan men de waterpartijen bekijken zonder het kwetsbare oevergebied te betreden.

In de Kempen reikt het zicht soms kilometers ver zonder één dak, en dat is in Vlaanderen zeldzaam genoeg om er speciaal voor te rijden.

Welk seizoen kiezen

Een wandeling goed voorbereiden

Zandpaden lopen zwaarder dan verharde wegen. Een wandeling van tien kilometer over los zand voelt langer aan dan dezelfde afstand op een kasseiweg, dus de eerste keer is een kortere lus geen slecht idee. Stevige schoenen zijn aangewezen, zeker na regen, wanneer sommige paden modderig worden.

  • Een lus vanaf een toegangspoort of bezoekerscentrum is het makkelijkst: daar zijn kaarten en parkeerplaatsen.
  • Voldoende water is nodig: op de heide zijn weinig cafés en weinig schaduw.
  • De paden zijn er om op te blijven, zeker in broedtijd en rond vennen, waar oevers kwetsbaar zijn.
  • Na een wandeling door hoog gras en heide is een controle op teken verstandig.
  • Honden blijven aan de leiband in de meeste natuurgebieden; de borden aan de ingang geven uitsluitsel.

Wie de Kempen een keer goed heeft leren kennen, komt er vaak terug, telkens in een ander seizoen. Het landschap verandert genoeg om nooit twee keer dezelfde wandeling te maken, ook al loopt men exact hetzelfde pad.

Meer in vrije tijd en cultuur