Limburgse mijnsites met een nieuw leven

Waar tot eind vorige eeuw steenkool werd gedolven, staan vandaag cinema's, klimhallen en onderzoekslabo's. Een tocht langs C-mine, be-MINE en Thor Park.

Limburg was een groot deel van de twintigste eeuw de steenkoolprovincie van België. In de eerste helft van de twintigste eeuw kwamen er zeven grote mijnen, in Genk, Beringen, Houthalen, Zolder en Eisden, en kwamen er tienduizenden mijnwerkers wonen, uit Vlaanderen en Wallonië, maar ook uit Italië, Polen, Griekenland, Spanje, Turkije en Marokko. Tussen 1966 en 1992 gingen de mijnen een voor een dicht. Wat overbleef waren schachtbokken, machinezalen, terrils en tuinwijken.

Lang wist niemand goed wat men met dat erfgoed moest aanvangen. Vandaag kijkt men er anders naar. Op verschillende oude mijnsites zijn de gebouwen gerestaureerd en kregen ze een nieuwe bestemming, van cultuur over sport tot onderzoek. Drie van de bekendste liggen op een korte afstand van elkaar en laten zich in een dag of een weekend combineren.

C-mine in Genk

C-mine ligt op de voormalige mijnsite van Winterslag, in Genk. De mijn sloot in 1988, maar de twee schachtbokken en de imposante machinezalen bleven staan. Sindsdien is de site uitgegroeid tot een creatief centrum met een cinema, een cultuurcentrum met concertzalen, een hogeschool voor kunst en design en ateliers van ontwerpers.

Wie de mijngeschiedenis wil voelen, kan op C-mine een rondgang maken door de oude machinezalen en de ondergrondse gangen onder de site. De gerestaureerde liftmachines, die ooit de kooien met mijnwerkers op en neer lieten, zijn indrukwekkend in hun schaal. Het grote plein voor de gebouwen is een open, rustige plek, en de bakstenen gevels krijgen in het late licht een warme kleur.

Winterslag zelf is ook de moeite: rond de mijn ligt een van de oude tuinwijken, waar de mijnbedrijven huizen voor hun arbeiders bouwden, met ruime tuinen en groene straten volgens het Engelse model van de tuinstad. Een wandeling door die wijk laat zien hoe het leven rond de mijn georganiseerd was.

Waar vroeger kooien vol mijnwerkers in de diepte verdwenen, kijkt men vandaag naar een film of klimt men een terril op.

be-MINE in Beringen

In Beringen, waar de mijn in 1989 dichtging, staat een van de best bewaarde mijnsites van Vlaanderen. Onder de naam be-MINE is ze omgebouwd tot een plek voor vrije tijd. Het Mijnmuseum vertelt het verhaal van de Limburgse steenkool en de mensen die ze bovenhaalden, in de originele gebouwen, met de omkleedzalen en de lampenkamer.

In de vroegere kolenwasserij, een enorm industrieel gebouw, zitten nu een klimhal en een indoor duikcentrum. De terril achter de site, een kunstmatige berg van mijnafval, is omgevormd tot een avonturenberg met trappen, klimwanden en speeltuigen. Wie de trappen naar de top neemt, kijkt uit over de vlakke Kempen en ziet de andere terrils in de verte liggen.

Naast de mijnsite is de voorbije jaren een nieuwe stadswijk ontstaan, met winkels en woningen. Het contrast tussen de nieuwe gebouwen en de oude schachtbokken maakt het een plek die tegelijk over verleden en toekomst gaat.

Thor Park in Waterschei

De derde site ligt in Waterschei, een deelgemeente van Genk. De mijn van Waterschei sloot in 1987. Het statige hoofdgebouw, met zijn monumentale, symmetrische gevel, is gerestaureerd en vormt nu het middelpunt van Thor Park, een technologiepark rond energie en duurzame technologie.

Op het terrein staat onder meer EnergyVille, een onderzoekscentrum waar universiteiten en onderzoeksinstellingen samenwerken rond energie. Het park is minder op bezoekers gericht dan C-mine of be-MINE, maar wie er rondwandelt, ziet hoe een mijnsite een tweede leven als werkplek kan krijgen. Het oude hoofdgebouw is ook vanbuiten al de omweg waard.

  • C-mine in Genk: cinema, cultuur, design en een rondgang door de machinezalen.
  • be-MINE in Beringen: mijnmuseum, klimhal, duikcentrum en een terril om te beklimmen.
  • Thor Park in Waterschei: het gerestaureerde hoofdgebouw en een technologiepark rond energie.
  • Tussendoor: de tuinwijken van Winterslag en Waterschei en de terrils in het landschap.

Eten in de mijnstreek en praktisch

De keuken van de mijnstreek is een afspiegeling van haar geschiedenis. Naast Limburgse klassiekers zoals zuurvlees met frieten en vlaai vindt men in de mijngemeenten Italiaanse, Griekse, Turkse en Marokkaanse gerechten die de families van de mijnwerkers meebrachten. Een pizza, een bord pasta of een Turkse pide horen hier net zo goed bij de streek als een stuk rijstvlaai.

De drie sites liggen op een halfuur rijden van elkaar. Genk heeft een treinstation en een goed busnet, en vanuit Hasselt is het vlot bereikbaar. Beringen ligt in het westen van de provincie, vlak bij de autosnelweg tussen Antwerpen en Luik. Met de fiets kan men de sites verbinden via het knooppuntennetwerk, dat in de mijnstreek langs terrils, tuinwijken en bossen loopt.

Meer in stad en streek