Leuven in de zomer, wanneer de studentenstad op adem komt

Als de studenten naar huis zijn, krijgt Leuven een ander tempo. Een wandeling langs de pleinen, het stille begijnhof en het park van Arenberg.

Leuven is tijdens het academiejaar een stad van fietsen, koten en volle cafés. In juli en augustus verandert dat. Een groot deel van de studenten is vertrokken, de straten worden rustiger en de stad laat zich zien als wat ze ook is: een oude Brabantse stad met een uitzonderlijk rijk patrimonium. Wie dan komt, heeft de pleinen, de kerken en het begijnhof bijna voor zich alleen.

De Grote Markt en het stadhuis

Het vertrekpunt is de Grote Markt, met het laatgotische stadhuis als blikvanger. Het werd in de vijftiende eeuw gebouwd en is zo rijk versierd dat het meer op een reliekschrijn in steen lijkt dan op een bestuursgebouw. De honderden beelden in de nissen kwamen er pas in de negentiende eeuw bij en tonen geleerden, kunstenaars, heiligen en vorsten die met de stad verbonden zijn.

Tegenover het stadhuis staat de Sint-Pieterskerk, een gotische kerk die nooit volledig af raakte: de geplande torens kwamen er niet, door de slappe ondergrond. Tot de kunstschatten van de kerk behoort een topstuk van de Vlaamse schilderkunst, Het Laatste Avondmaal van Dirk Bouts, dat hij in de vijftiende eeuw speciaal voor deze kerk schilderde.

De Oude Markt zonder gedrang

Een paar stappen verder ligt de Oude Markt, een groot rechthoekig plein omzoomd door smalle huizen met trapgevels. Op de benedenverdieping zit bijna overal een café, en samen vormen ze wat in de volksmond de langste toog van Europa heet. Tijdens het academiejaar is het plein 's avonds een zee van studenten. In de zomer is het er gemoedelijker, met terrassen waar men in de late namiddag een glas drinkt in de zon.

Wie van de Oude Markt richting Ladeuzeplein loopt, komt bij de Universiteitsbibliotheek. Het gebouw werd na de Eerste Wereldoorlog heropgebouwd met Amerikaanse steun, nadat de oude bibliotheek in 1914 met haar hele collectie in vlammen opging. De toren heeft een beiaard, en een beklimming biedt een mooi zicht over de stad. Op het plein ervoor staat een kunstwerk van Jan Fabre: een reusachtige kever, opgeprikt op een lange naald.

In juli en augustus houdt Leuven even de adem in, en dan pas hoort men de Dijle door het begijnhof stromen.

Het Groot Begijnhof

Aan de zuidkant van het centrum ligt het Groot Begijnhof, een van de grootste en best bewaarde begijnhoven van Vlaanderen. Het is een stadje in de stad, met kasseistraatjes, bakstenen huizen met rode luiken, kleine bruggetjes en twee armen van de Dijle die er doorheen stromen. Sinds 1998 staat het samen met andere Vlaamse begijnhoven op de werelderfgoedlijst van Unesco.

In de jaren zestig kocht de universiteit het vervallen begijnhof en liet het zorgvuldig restaureren. Vandaag wonen er onderzoekers, professoren en internationale gasten. Het begijnhof is vrij toegankelijk voor wandelaars, op voorwaarde dat men de bewoners hun rust laat. Buiten het academiejaar is het er zo stil dat men het water hoort.

Arenberg en de abdij van Park

Wie meer groen wil, wandelt of fietst naar Heverlee, net buiten de ring. Daar ligt het Kasteel van Arenberg, een kasteel met torentjes in een ruim park, dat vandaag tot de universiteit behoort en onderdak biedt aan de ingenieursopleidingen. Het park is een geliefde plek om te wandelen, te picknicken of gewoon op een bank te zitten met zicht op het kasteel. De Dijle stroomt er door het domein.

Niet ver daarvandaan ligt de abdij van Park, een abdij van de norbertijnen die in de twaalfde eeuw werd gesticht. De gebouwen rond de binnenhoven, de vijvers en de watermolen zijn de voorbije jaren gerestaureerd, en het domein is een rustige plek waar het platteland tot tegen de stad komt. Het is een logische afsluiter van een wandeldag.

Praktisch

Leuven ligt op een kwartier tot een halfuur met de trein van Brussel en is ook vanuit Antwerpen, Gent en Limburg goed bereikbaar. Vanaf het station loopt men in een tiental minuten naar de Grote Markt. De binnenstad werkt met een circulatieplan, dus wie met de wagen komt, parkeert het best in een parking aan de ring. Arenberg en de abdij van Park liggen op fietsafstand, en de stad heeft een goed uitgebouwd netwerk van fietspaden.

Meer in stad en streek

Limburgse mijnsites met een nieuw leven

Waar tot eind vorige eeuw steenkool werd gedolven, staan vandaag cinema's, klimhallen en onderzoekslabo's. Een tocht langs C-mine, be-MINE en Thor Park.

Tom Hermans, 24 september 2026