Mechelen, de stad tussen Antwerpen en Brussel die het verdient om lang te blijven

Veel treinreizigers zien Mechelen alleen vanuit het raam. Wie uitstapt, vindt een stad met een monumentale toren, een rivier met een drijvend wandelpad en een plek die tot nadenken stemt.

Mechelen ligt precies tussen Antwerpen en Brussel en wordt daardoor vaak overgeslagen. Dat is jammer. De stad was in het begin van de zestiende eeuw de hoofdstad van de Nederlanden, toen Margaretha van Oostenrijk er hof hield, en die rijke geschiedenis is in de straten nog overal zichtbaar. Tegelijk is het een stad die de voorbije decennia flink vernieuwd is, met heraangelegde pleinen, nieuwe wandelpaden langs het water en een levendig centrum.

De Sint-Romboutstoren

Wie Mechelen nadert, ziet eerst de Sint-Romboutstoren. De toren van de kathedraal is bijna honderd meter hoog en werd in de vijftiende en zestiende eeuw gebouwd. Hij was bedoeld om nog veel hoger te worden, met een spits erbovenop, maar die kwam er nooit. Wat overbleef is een massieve, vierkante toren die over de hele stad uitkijkt en samen met andere belforten op de werelderfgoedlijst van Unesco staat.

Wie de toren beklimt, gaat ruim vijfhonderd treden naar boven, langs de klokkenkamers met twee beiaarden. Op de top ligt een glazen uitkijkplatform, met bij helder weer zicht tot Antwerpen en Brussel. Mechelen is bovendien de stad van de beiaardkunst: in 1922 werd hier de eerste beiaardschool ter wereld opgericht, en op geregelde tijden klinken de klokken over de daken.

Aan de voet van de toren ligt de Grote Markt, met het stadhuis dat eigenlijk uit twee gebouwen bestaat: de oude lakenhalle en het paleis dat bedoeld was voor de Grote Raad, het hoogste gerechtshof van de Nederlanden. Het plein is groot en open, en de terrassen ervoor maken er de huiskamer van de stad van.

Langs de Dijle

De Dijle slingert dwars door het centrum. Aan de Haverwerf, de oude kaai waar haver werd verhandeld, staan drie opvallende huizen naast elkaar, met namen als het Paradijske en het Duivelke, versierd met houtsnijwerk en beeldhouwwerk. Het is een van de mooiste gevelrijen van de stad.

Een van de verrassingen van Mechelen is het Dijlepad, een drijvend wandelpad dat over het water loopt, langs de achterkanten van huizen en tuinen die men vanaf de straat nooit ziet. Het pad volgt de rivier door een groot deel van het centrum en geeft een heel ander beeld van de stad: rustiger, groener en dichter bij het water.

Op het drijvende pad over de Dijle ziet men Mechelen van achteren, en daar is de stad op haar eerlijkst.

De Vismarkt en de begijnhoven

Vlak bij de Dijle ligt de Vismarkt, waar vroeger de vis werd verkocht. Vandaag is het een klein, levendig plein vol cafés en eetgelegenheden, met terrassen tot aan het water. 's Avonds is het de plek waar Mechelaars elkaar treffen, en ook overdag is het er aangenaam toeven.

Mechelen heeft twee begijnhoven, het Groot en het Klein Begijnhof. Het Groot Begijnhof is een eigen buurt met smalle straatjes, kleine huisjes en een barokke kerk. Het is een rustige plek om even uit de drukte te stappen. Wie geïnteresseerd is in de Bourgondische en Habsburgse tijd, kan verder het Hof van Busleyden bezoeken, een stadspaleis uit de zestiende eeuw dat nu een museum is over Mechelen in zijn gouden eeuw.

Kazerne Dossin

Mechelen heeft ook een zwarte bladzijde. In de Kazerne Dossin, een achttiende-eeuwse kazerne aan de rand van het centrum, richtte de Duitse bezetter in 1942 een doorgangskamp op. Van daaruit werden tot 1944 meer dan vijfentwintigduizend Joden en honderden Roma naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Slechts een klein deel van hen keerde terug.

Tegenover de oude kazerne staat sinds 2012 een nieuw museumgebouw, sober en gesloten, dat de geschiedenis van de Holocaust in België vertelt en de lijn doortrekt naar mensenrechten vandaag. Het is geen luchtig bezoek, maar wel een belangrijk. Wie er komt, neemt beter wat tijd en plant het niet tussen twee terrassen door.

Praktisch

Mechelen ligt op een kwartier tot twintig minuten met de trein van Antwerpen en van Brussel. Het station ligt aan de rand van het centrum, en de wandeling naar de Grote Markt is aangenaam. Wie met de wagen komt, parkeert in een van de parkings aan de rand. De binnenstad is compact en grotendeels autoluw, ideaal om te voet of met de fiets te verkennen.

Meer in stad en streek

Limburgse mijnsites met een nieuw leven

Waar tot eind vorige eeuw steenkool werd gedolven, staan vandaag cinema's, klimhallen en onderzoekslabo's. Een tocht langs C-mine, be-MINE en Thor Park.

Tom Hermans, 24 september 2026