Een geur kiezen die bij de drager past
Een parfum kiest men niet aan een papieren strookje in een drukke winkel. Wie de geurfamilies kent en op de huid test, vindt sneller een geur die blijft bevallen.
Een geur kiezen is persoonlijker dan bijna elke andere aankoop in de verzorging. Wat op een vriendin fris en licht ruikt, kan op een andere huid zoet of zwaar worden. En wat in de winkel bij de eerste snuif verleidt, valt na een uur soms tegen. Met wat kennis van geurfamilies en een rustige manier van testen wordt de keuze een stuk makkelijker.
Hoe een parfum is opgebouwd
Een parfum verandert terwijl het op de huid ligt. Parfumeurs spreken van een piramide met drie lagen. De topnoten zijn het eerst te ruiken en vervliegen snel, meestal binnen een kwartier tot een halfuur: citrus, frisse kruiden, lichte fruitgeuren. Daarna komen de hartnoten naar voren, vaak bloemen of specerijen, die enkele uren blijven.
De basisnoten blijven het langst hangen en bepalen hoe een geur aan het einde van de dag ruikt: hout, mos, amber, vanille, musk. Wie een parfum alleen op de topnoten beoordeelt, kiest dus eigenlijk op de eerste indruk, terwijl de rest van de dag een heel ander karakter kan hebben.
Ook de concentratie speelt mee. Een eau de cologne bevat het minst geurstof en verdwijnt het snelst, een eau de toilette zit daar een stap boven en een eau de parfum blijft doorgaans duidelijk langer aanwezig. Een extrait of zuiver parfum is het meest geconcentreerd en wordt spaarzaam gebruikt.
De belangrijkste geurfamilies
Om het overzicht te bewaren, delen parfumeurs geuren in families in. Een geur behoort meestal tot een hoofdfamilie, met accenten uit andere. Wie weet welke familie hem of haar het meest aanspreekt, kan in de winkel meteen gericht zoeken.
Testen op de huid, niet op papier
Een papieren strookje is handig om snel te schiften, maar zegt weinig over hoe een geur op de eigen huid ruikt. Huidtype, temperatuur en zelfs voeding beïnvloeden hoe een parfum zich ontwikkelt. Wie twee of drie kandidaten overhoudt, sprayt ze best op de huid, bijvoorbeeld op de binnenkant van de pols en de elleboog.
Wrijven doet de geur geen goed: het verwarmt de huid en breekt de topnoten sneller af. Gewoon laten drogen volstaat. Daarna volgt het belangrijkste deel: de winkel verlaten, verder wandelen of naar huis gaan en een paar keer per uur ruiken hoe de geur verandert. Pas aan het einde van de middag blijkt of hij echt bevalt.
Meer dan drie of vier geuren tegelijk testen heeft weinig zin; de neus raakt verzadigd en alles begint op elkaar te lijken. Parfumerieën zetten daarom vaak een potje koffiebonen klaar om de neus te neutraliseren, al vinden veel mensen een paar minuten frisse lucht even doeltreffend. Een staaltje mee naar huis nemen geeft de kans om een geur een paar dagen rustig te dragen.
Een geur toont zijn ware karakter pas na een paar uur op de huid, ver van de winkel.
Een geur voor elk seizoen
Warmte versterkt geuren. Een rijke, zoete geur die in december aangenaam omhult, kan op een zomerdag van dertig graden zwaar en opdringerig worden. Daarom kiezen veel mensen in de zomer voor frisse citrusgeuren, groene akkoorden of lichte bloemen, en in de herfst en winter voor hout, amber, specerijen en vanille.
Wie één geur het hele jaar draagt, kan de hoeveelheid aanpassen: in de zomer één spray, in de winter twee of drie. Bewaren gebeurt het best in de originele doos, op een koele en donkere plek. De badkamer, met wisselende temperaturen en vocht, is voor een parfumflesje eigenlijk de minst geschikte plaats in huis.