Boren in hout: welke boor voor welk gat
Hout lijkt vergevingsgezind, maar een gerafeld gat of een gescheurde rand verraadt meteen de verkeerde boor. Met de juiste keuze blijft het werk strak, aan beide kanten.
Wie een kast in elkaar zet, een tuinbank bouwt of een scharnier in een deurtje wil verzinken, boort vroeg of laat in hout. Dat lijkt de eenvoudigste klus: hout is zacht, de boor gaat er zo door. Toch zijn de verschillen groot. Een gat dat er aan de voorkant netjes uitziet, kan aan de achterkant in splinters uitlopen, en een schroef die niet verzonken is, blijft altijd uitsteken.
De keuze van de boor hangt af van de diameter, de diepte en vooral van hoe het gat er moet uitzien. Een ruw doorvoergat voor een kabel achter een tv-meubel vraagt iets anders dan een vlak gat voor een scharnier in een keukenkastdeur.
Drie boren, drie taken
De houtspiraalboor is de alleskunner. Hij lijkt op een metaalboor, maar heeft een scherpe centreerpunt en twee voorsnijders aan de rand. Die punt houdt de boor op zijn plaats, de voorsnijders snijden de vezels door voordat het hout eruit wordt gehaald. Het resultaat is een strak gat met een gladde wand, geschikt voor deuvels, schroeven en kleine doorvoeren tot ongeveer 12 millimeter.
De speedboor, ook vlakboor genoemd, is plat met een punt in het midden. Hij maakt snel grote gaten, van ongeveer 10 tot 40 millimeter, maar netjes is anders. Voor een gat in een balk waar een buis of een kabelbundel door moet, is hij ideaal. Voor zichtwerk aan een meubel minder, omdat de rand vaak rafelt en de bodem niet vlak is.
De forstnerboor is de precisieboor van het lot. Hij snijdt met een ronde rand en laat een gat met een vlakke bodem achter, zonder door te gaan. Dat maakt hem onmisbaar voor potscharnieren, waarvoor meestal een gat van 35 millimeter nodig is, en voor elke uitsparing waar een vlakke bodem telt. Hij werkt het best in een boorstandaard of met een geleider, op een laag toerental. Een overzicht van houtboren in alle soorten en maten staat op https://www.boorkopen.be/houtboor/, met de forstnerboren apart van de speedboren en spiraalboren.
Een gat in hout wordt aan de achterkant beoordeeld, niet aan de voorkant.
Uitscheuren aan de achterkant voorkomen
Het moment waarop de boor door het hout breekt, is het moment waarop het misgaat. De laatste vezels hebben geen steun meer en worden mee naar buiten gerukt. Het eenvoudigste middel daartegen is een stuk afvalhout, het zogenaamde tegenhout, stevig tegen de achterkant geklemd. De boor gaat dan door het werkstuk in het afvalhout, en de rand blijft gaaf.
Waar geen tegenhout mogelijk is, bijvoorbeeld in een gemonteerde kast, helpt het om van twee kanten te boren. Eerst wordt vanaf de voorkant geboord tot de centreerpunt net aan de achterkant naar buiten komt. Daarna gaat de boor vanaf de achterkant in dat kleine gaatje verder. Bij gelamineerd plaatmateriaal geeft een strook schilderstape op de uitgangszijde ook al een merkbaar verschil.
Voorboren en verzinken
In hardhout zoals eik of beuken, en dicht bij de rand van een plank, splijt het hout gemakkelijk wanneer een schroef zonder voorboring wordt ingedraaid. Een voorboorgat ter dikte van de kern van de schroef, dus zonder de schroefdraad, voorkomt dat. In zacht naaldhout is voorboren minder nodig, behalve vlak bij kopse kanten.
Een verzinkboor maakt een kegelvormige uitsparing waarin de kop van een platkopschroef precies wegvalt. Er bestaan verzinkboren die in één beweging voorboren en verzinken, wat bij een reeks identieke gaten veel tijd spaart. De diepte van het verzinkgat bepaalt of de schroefkop gelijk ligt met het hout of iets dieper zit, zodat er nog houtplamuur of een dopje over kan.
Onderhoud van houtboren
- Harsresten na gebruik verwijderen met een doek en wat terpentine.
- Boren apart bewaren in een cassette, zodat de snijkanten niet tegen elkaar slaan.
- Een spiraalboor met beschadigde centreerpunt vervangen: zonder punt loopt hij weg.
- Forstnerboren af en toe licht bijslijpen met een fijne vijl aan de binnenkant van de snijrand.
Met deze drie boortypes, wat tegenhout en een verzinkboor is het meeste houtwerk in huis netjes af te werken. Wie die gewoontes eenmaal heeft, ziet het verschil meteen aan elk meubel dat de werkbank verlaat.