Gent op één dag, van de Graslei tot het Lam Gods
Gent laat zich in één dag te voet doorkruisen zonder dat het gejaagd aanvoelt. Een route langs de Leie, de burcht van de graven, het oudste wijkje van de stad en de kathedraal.
Gent is een stad die het goed doet in één dag. Het historische centrum is compact, grotendeels autovrij en vol water, torens en kleine straatjes. Wie vroeg vertrekt en zich niet te veel laat afleiden, ziet de grote klassiekers en heeft nog tijd om op een terras de dag te laten bezinken. De route hieronder volgt een lus die op elk moment kan worden ingekort.
Graslei en Korenlei, de oude haven
De wandeling begint waar Gent ooit zijn geld verdiende: aan de oude haven op de Leie. Aan de ene kant ligt de Graslei, aan de andere kant de Korenlei. Hier werd in de middeleeuwen graan overgeslagen en opgeslagen, en de gevels vertellen dat verhaal nog. Op de Graslei staat het Korenstapelhuis, een sober romaans gebouw van rond 1200, naast het rijk versierde gildehuis van de Vrije Schippers en het smalle Tolhuisje waar de tol op het graan werd geheven.
Het mooiste zicht op beide kaaien heeft men vanaf de Sint-Michielsbrug. Vanaf die brug staan de drie torens van de stad op een rij: de Sint-Niklaaskerk, het Belfort en de Sint-Baafskathedraal. 's Avonds worden de gevels verlicht, maar ook 's ochtends, voor de terrassen zich vullen, is de plek op haar best. Wie wil, kan aan de kaai een boottocht maken door de grachten van de binnenstad.
Het Gravensteen en het Patershol
Een paar minuten verder ligt het Gravensteen, de burcht die graaf Filips van de Elzas in 1180 liet bouwen. Met zijn grachten, kantelen en donjon ziet hij eruit zoals een kind zich een kasteel voorstelt. Dat is deels het werk van restauraties rond 1900, toen de stad het vervallen gebouw redde van de afbraak. Binnen loopt men door zalen, langs een wapencollectie en naar de weergang, met zicht over de daken van de stad.
Achter de burcht begint het Patershol, een wirwar van smalle, kronkelende straatjes. In de middeleeuwen woonden hier leerlooiers en ambachtslui, later werd het een arme volksbuurt die lang in verval lag. Sinds de restauraties van de jaren tachtig is het een van de gezelligste buurten van Gent, met lage huisjes, kleine pleintjes en veel eetgelegenheden. Overdag is het er rustig, 's avonds komt het tot leven.
Wie vanuit het Patershol terug richting centrum wandelt, passeert de Vrijdagmarkt, een groot plein met het standbeeld van Jacob van Artevelde, de Gentse volksleider uit de veertiende eeuw. Ook de Groentenmarkt en het Groot Vleeshuis, een overdekte middeleeuwse vleeshal, liggen op de route. In dat vleeshuis worden vandaag Oost-Vlaamse streekproducten verkocht.
Op de Sint-Michielsbrug staan de drie torens van Gent op een rij, en de hele stad lijkt ervoor te poseren.
De Sint-Baafskathedraal en het Lam Gods
De dag eindigt bij de Sint-Baafskathedraal, waar het beroemdste schilderij van Vlaanderen hangt: De aanbidding van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck, voltooid in 1432. Het veelluik werd de voorbije jaren grondig gerestaureerd, waarbij oorspronkelijke kleuren en details opnieuw tevoorschijn kwamen. In de crypte en het bezoekerscentrum vertelt een rondgang met virtuele beelden de geschiedenis van de kerk en het werk.
Tegenover de kathedraal staat het Belfort, de middeleeuwse wachttoren met de vergulde draak in de top. Een lift brengt bezoekers naar de bovenste omloop, vanwaar men de hele binnenstad overziet. Aan de voet ervan ligt de Lakenhalle, waar de lakenhandelaars vroeger hun stoffen keurden.
Praktisch
Het station Gent-Sint-Pieters ligt een eind van het centrum, maar de tram rijdt in een kwartiertje naar de Korenmarkt, vlak bij de Graslei. Het centrum is grotendeels autovrij en de stad werkt met een circulatieplan dat de binnenstad in sectoren verdeelt, dus wie met de wagen komt, parkeert het best aan een randparking of in een parkeergarage aan de rand van de kern. Te voet en met de fiets is Gent ideaal. Wie de drukte wil vermijden, komt op een weekdag buiten de schoolvakanties.