Een tafel dekken voor gasten: borden, glazen, servetten en sfeer

Een goed gedekte tafel gaat niet over stijfheid, wel over gemak. Wie weet waar elk mes en elk glas hoort, laat gasten zich meteen thuis voelen.

Wanneer er gasten komen, gaat de meeste aandacht naar het eten. De tafel zelf wordt vaak op het laatste moment gedekt, met wat er in de kast staat. Dat is geen probleem, maar een paar vaste regels maken het verschil tussen een tafel waar iedereen zoekt naar zijn glas en een tafel waar alles klopt zonder dat iemand erover nadenkt.

De basis: bord, bestek en ruimte

Elke gast heeft ongeveer zestig centimeter breedte nodig om comfortabel te eten zonder ellebogen tegen de buren. Het bord staat in het midden van die plaats, ongeveer twee centimeter van de tafelrand. Bij een menu met meerdere gangen kan een groter onderbord blijven staan, waarop telkens het bord van de volgende gang komt.

Het bestek volgt een eenvoudige logica: wat het eerst gebruikt wordt, ligt het verst van het bord. Vorken liggen links, messen rechts met de snede naar het bord, en een soeplepel ligt rechts van de messen. Het dessertbestek ligt horizontaal boven het bord, de lepel met het handvat naar rechts, de vork daaronder met het handvat naar links. Meer dan drie stukken bestek aan elke kant maakt de tafel onoverzichtelijk, en dan kan het bestek beter bij elke gang gebracht worden.

Glazen in de juiste volgorde

Het waterglas staat recht boven het grootste mes. Rechts ervan, in een lichte diagonaal naar de tafelrand toe, komen de wijnglazen in de volgorde waarin ze gebruikt worden: eerst het glas voor witte wijn, daarna het grotere glas voor rode wijn. Een champagneglas of coupe voor het aperitief kan achteraan staan of apart geserveerd worden. Bij een etentje met bier hoort per bierstijl het passende glas, want dat maakt in België niemand vreemd.

Meer glazen dan nodig is, maakt de tafel druk. Bij een eenvoudig diner volstaan een waterglas en één wijnglas per persoon. Wat helpt, is dat alle glazen van dezelfde reeks of in dezelfde stijl zijn, ook al komen ze niet uit hetzelfde servies. Borden, glazen en tafeltextiel uit bij elkaar passende reeksen maken het eenvoudiger om een tafel voor zes of acht te dekken zonder een allegaartje. Water hoort in een karaf op tafel en niet in de fles; bij SalinshomeBE staan glazen karaffen die daar mooi bij passen.

Een tafel is goed gedekt als niemand er tijdens het eten nog aan moet denken.

Servetten en tafellinnen

Een stoffen servet ligt links van de vorken of op het bord, eenvoudig gevouwen in een rechthoek of driehoek. Ingewikkelde vouwfiguren zijn uit de mode, en een servetring of een takje rozemarijn erdoor is genoeg. Stoffen servetten van linnen of katoen zijn aangenaam in gebruik en worden mooier na elke wasbeurt. Een tafelkleed of een loper in het midden geeft rust, zeker op een tafel met krassen of kleurverschillen.

Gasten schikken en sfeer maken

Bij een groter gezelschap loont het om na te denken over wie naast wie zit. Een klassieke vuistregel is om koppels niet naast elkaar te zetten, zodat er nieuwe gesprekken ontstaan, en gasten die elkaar niet kennen in de buurt van iemand te plaatsen die beide kent. De gastheer of gastvrouw zit best dicht bij de keuken, om onopvallend op en af te kunnen lopen.

De sfeer zit voor een groot deel in licht en hoogte. Kaarsen en bloemen blijven laag, onder ooghoogte, zodat de gasten elkaar zien over de tafel heen. Geurkaarsen horen niet op een eettafel, omdat ze de geur van het eten overstemmen. Gedimd plafondlicht met een paar kaarsen op tafel geeft een warme gloed, zonder dat het te donker wordt om te zien wat er op het bord ligt.

  • De tafel een uur voor de gasten aankomen dekken geeft rust bij het koken.
  • Een kan water op tafel spaart heen en weer lopen.
  • Zout, peper en brood horen binnen handbereik van iedereen, bij een lange tafel liefst dubbel.
  • Een vrije plek naast de tafel voor schalen en lege borden houdt de tafel overzichtelijk.

Wie deze basis eenmaal kent, kan er vrij mee spelen: een mix van oude en nieuwe borden, een tafel buiten in de tuin, een lange loper met seizoensgroen. De regels zijn er om het gemakkelijker te maken, niet om de avond in een keurslijf te steken.

Meer in eten en drinken