Antwerpen van het Zuid tot het Eilandje, een wandeling langs twee havenfronten

Op het Zuid lagen ooit dokken, op het Eilandje liggen ze er nog. Een dag te voet tussen musea, pakhuizen en brede kaaien, met de Schelde altijd in de buurt.

Wie Antwerpen kent van de Meir en de Grote Markt, mist de twee buurten die het best tonen hoe de stad met haar haven omgaat. Het Zuid en het Eilandje liggen aan weerszijden van het centrum, allebei aan de Schelde, allebei gebouwd rond water dat er vandaag deels niet meer is. Samen vormen ze een wandeldag die van burgerlijke negentiende-eeuwse lanen naar ruwe havenkaaien loopt.

Het Zuid, een wijk op een verdwenen citadel

Het Zuid ontstond aan het eind van de negentiende eeuw op de plek van de Spaanse citadel, het Zuidkasteel, dat de stad eeuwenlang in de gaten hield. Na de afbraak trok men brede lanen en gaf men de wijk drie dokken aan de Schelde. Die dokken werden in de twintigste eeuw gedempt, maar de rechte, ruime pleinen verraden nog altijd waar het water lag. Wie op de Waalse Kaai of de Vlaamse Kaai staat, loopt eigenlijk over een oude dokbodem.

Het middelpunt van de wijk is het KMSKA, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, een neoclassicistisch paleis met paardenspannen op het dak. Na een lange renovatie ging het in 2022 opnieuw open, met in het oude gebouw een verrassend wit, verticaal museum verstopt. De collectie loopt van de Vlaamse Primitieven over Rubens tot Ensor en Magritte. Ook de pleinen errond lonen de moeite: het Leopold De Waelplein met zijn terrassen en de statige gevels in eclectische stijl.

Een paar straten verder liggen twee musea voor wie het hedendaagse zoekt. Het M HKA, het museum voor hedendaagse kunst, zit in een voormalig graanpakhuis, en het FOMU, het fotomuseum, in een oud opslaggebouw aan de Waalse Kaai. Aan de zuidrand van de wijk staat het justitiepaleis van architect Richard Rogers, in de volksmond het vlinderpaleis door de witte, spitse daken die als vleugels boven de ring uitsteken.

Langs de Schelde naar het noorden

Van het Zuid naar het Eilandje is het een stevige wandeling langs de Scheldekaaien. De kaaien zijn de voorbije jaren heraangelegd met brede wandelpaden, zitbanken en speelplekken, en wie de waterkant volgt, passeert het Steen, de oudste burcht van de stad. Vanaf de kaai heeft men een vrij zicht op de overkant, de Linkeroever, en op de schepen die richting haven varen. Wie het korter wil houden, neemt de tram tussen beide wijken.

Op het Zuid loopt men over gedempte dokken, op het Eilandje kijkt men er nog altijd in.

Het Eilandje, dokken uit de tijd van Napoleon

Het Eilandje is de oudste havenbuurt van de stad. Napoleon liet er in het begin van de negentiende eeuw het Bonapartedok en het Willemdok graven, omdat hij Antwerpen als marinehaven tegen Engeland wilde gebruiken. Later trok de haven verder noordwaarts en bleef de buurt lang verwaarloosd achter. Vandaag liggen er jachten in de dokken, staan er gerenoveerde pakhuizen naast nieuwe woontorens en is het een buurt waar men op zondag graag langs het water slentert.

Het herkenningspunt is het MAS, het Museum aan de Stroom, een toren van rode natuursteen en golvend glas tussen de twee dokken. Het museum vertelt over de stad, de haven en de wereld, maar veel bezoekers komen voor de roltrappen die langs de gevel naar boven lopen. Op het dak ligt een panoramaterras met zicht op de kathedraaltoren, de havenkranen en de Schelde. De gevel is versierd met metalen handjes, een knipoog naar de legende van Brabo en de reus Druon Antigoon.

Een paar honderd meter verder ligt het Red Star Line Museum, in de oude loodsen van de rederij die tussen 1873 en 1934 ruim twee miljoen landverhuizers naar Noord-Amerika bracht. Het museum vertelt hun verhaal aan de hand van brieven, foto's en reisdocumenten, en de uitkijktoren biedt nog een tweede blik over de buurt. Wie verder naar het noorden loopt, ziet het Havenhuis van Zaha Hadid: een glazen, diamantvormig volume dat boven op een oude brandweerkazerne lijkt te zijn geland.

Wat eten en hoe er geraken

Antwerpen eet graag stevig. Stoofvlees met frieten staat op veel kaarten, net als mosselen in het seizoen. Bij de koffie hoort een Antwerps handje, een koekje of praline in de vorm van een hand. Wie iets wil drinken dat bij de stad hoort, bestelt een bolleke, het amberkleurige stadsbier in het typische bolvormige glas, of een glaasje Elixir d'Anvers, een kruidenlikeur die al sinds de negentiende eeuw in Antwerpen gemaakt wordt.

Antwerpen-Centraal ligt op wandelafstand van beide wijken, maar met tram of bus gaat het sneller: vanaf het station rijden er lijnen richting het Zuid en richting het Eilandje. Wie met de wagen komt, laat die beter aan een randparking staan en neemt het openbaar vervoer naar binnen, want de binnenstad ligt in een lage-emissiezone en parkeren in de wijken is beperkt. Met de fiets is de route langs de Scheldekaaien vlak en goed aangelegd.

Meer in stad en streek

Limburgse mijnsites met een nieuw leven

Waar tot eind vorige eeuw steenkool werd gedolven, staan vandaag cinema's, klimhallen en onderzoekslabo's. Een tocht langs C-mine, be-MINE en Thor Park.

Tom Hermans, 24 september 2026